Deel twee

Samenwerken loont.
Op weg naar de inspiratie-economie

Anno 2015 evolueren we naar een inspiratie-economie. Dat is een economie waarin het delen van kennis en ideeën de belangrijkste grondstof is. Logisch dus dat kruisbestuiving hier een sleutelwoord is. Want samenwerking tussen verschillende organisaties, sectoren en locaties vormt de brandstof voor de nieuwe economie.

In september vorig jaar verscheen “De inspiratie-economie, een toekomstvisie voor de regionale ontwikkeling van Vlaanderen”, een studie uitgevoerd door het Flanders DC Kenniscentrum aan Vlerick Business School. Het is een interessant werkstuk geworden dat niet alleen de fundamentele veranderingen in ons economisch systeem omschrijft, maar ook de Vlaamse pijnpunten blootlegt en met een aantal voorstellen komt om daaraan te verhelpen.

“We werken nu al een decennium met Vlerick Business School samen,” vertelt Pascal Cools, algemeen directeur van Flanders DC. “We zijn in die tijd getuige geweest van fundamentele verschuivingen. We stelden vast dat creatieve ideeën steeds belangrijker werden voor bedrijven. We zagen ook dat de traditionele R&D maar een stukje van de puzzel is en vooral dat verschillende sectoren van elkaar kunnen leren en elkaar inspireren.”

Spillover of in mensentaal: kruisbestuiving

In de nieuwe economie die steunt op kennis en ideeën, staat inspiratie centraal. Deze inspiratie is het je eigen maken van ideeën (kennis en inzichten) die je haalt in een andere context of sector maar dan vertaalt naar je eigen situatie. Het gebruiken van deze inspiratie leidt tot spillover, in mensentaal kruisbestuiving, tussen verschillende domeinen. Inspiratie en kruisbestuiving zijn op die manier een onmisbare schakel in de economie. Uit de studie blijkt overduidelijk dat het stimuleren van kruisbestuivingen tot de kerncompetenties van een regio en van een bedrijf en zelfs van het individu moet behoren.

Inspiratie is voor alle sectoren belangrijk. In onderstaande video gaan land- en tuinbouwers letterlijk op inspiratietour naar het buitenland. Dit voorjaar wordt hieraan een vervolg gebreid met AgroCreate. Inzet is innovatie in land- en tuinbouw via kruisbestuiving met 5 andere sectoren (mode, design, gaming, gezondheid en architectuur).

De sterkte van een netwerk

Tijdens het Creativity World Forum in Kortrijk stond Marion Debruyne, professor aan de Vlerick Business School en één van de auteurs van “De inspiratie-economie” op het hoofdpodium. Uit haar onderzoek blijkt dat in de voorbije tien jaar 52 procent van de productiviteitsverhoging in Belgische bedrijven uit inspiratie komt, uit de kruisbestuiving die je krijgt door ‘geconnecteerd’ te zijn met je leverancier, met je klanten, met wat elders gebeurt. Ze is er steevast van overtuigd dat de winnende bedrijven vandaag niet degene zijn met de meeste middelen, maar de bedrijven die het best ‘connected’ zijn of met andere woorden het sterkste netwerk hebben.

De klant weet wél wat hij wil

In Kortrijk had Marion Debruyne het vanzelfsprekend ook over haar baanbrekend innovatiemodel, gebaseerd op jaren onderzoek in het Flanders DC Kenniscentrum. In mei 2014 verscheen haar boek daarover: ‘Customer Innovation. Waarom de klant centraal staat in bedrijfsinnovatie.’

“Bedrijven en organisaties die vandaag succesvol zijn, zien klantgerichtheid en innovatie niet langer als elkaars tegenpolen. Ze bepalen hun strategie vanuit de markt en niet vanuit waar ze goed in zijn.”
Marion Debruyne, professor aan de Vlerick Business School

Dat klanten van belang zijn, toont dit cijfer aan: 6 procent van de klanten wijzigt iets aan een gekocht product, als je dat zou omrekenen vertegenwoordigt dit een enorm innovatiebudget. “Het grootste R&D budget ter wereld, dat bent u en dat ben ik, wij dus allemaal,” besloot Marion Debruyne.

Daarmee ontkracht Debruyne meteen de in businsesskringen zo vaak geciteerde uitspraak van Henry Ford die stelt dat je klanten niet moet vragen wat ze willen, want dan was die auto er misschien niet gekomen. “If I had asked people what they wanted, they would have said faster horses,” aldus Ford.

Inspiratie-economie: en nu aan de slag

Het mag duidelijk zijn dat we voor grote economische veranderingen staan. De studie over de inspiratie-economie bevat als conclusie aanbevelingen om onze regio voor te bereiden op die nieuwe economie. Jan Bormans, valorisatiemanager bij Flanders DC, belicht er daar een aantal van.

“Waarom zijn economische clusters als Silicon Valley en Baden-Würtenberg zo succesvol?” is zijn vertrekpunt. “Omdat ze zowel top-denkers als top-doeners hebben. Denken en doen. Dus zowel onderzoeksinstellingen als start ups, creatievelingen, business angels, kmo’s en multinationals. Ze werken samen, inspireren elkaar en dagen elkaar uit. En daar heb je niet alleen technologie maar ook creatieve geesten voor nodig.
Andere aanbevelingen klinken logisch, maar zijn daarom niet altijd makkelijk in praktijk te brengen: zo worden open innovatie en co-creatie de norm. Dat vergt van ondernemers en werknemers een andere ingesteldheid met openheid voor samenwerking met externe partners, met klanten, leveranciers, …

Opvallend is eveneens het pleidooi voor vereenvoudiging. Overdaad schaadt. “Producten of diensten met steeds meer opties, daar krijgt de consument keuzestress van. Noem dat het Zwitserse zakmessen syndroom,” aldus Jan Bormans. “Maar zo’n complexiteit heeft afgedaan. Trouwens, ook management is een strijd geworden tegen steeds ingewikkelder structuren, processen en systemen.”

Belangrijk is eveneens dat we ons terdege gaan voorbereiden op de deeleconomie, gebaseerd op het delen, uitwisselen, ruilen van producten eerder dan de eigendom ervan verwerven.

Een bijzondere rol voor de creatieve industrie

In de inspiratie-economie spelen de creatieve industrieën een belangrijke rol. Er zijn immers sterke verbanden aangetoond tussen de creativiteit van een regio en haar economische output. “Willen we in Vlaanderen het verschil blijven maken, dan moeten we op zoek naar producten en diensten die het welzijn verhogen en die mensen ook echt willen,” vertelt Pascal Cools. “Hiervoor is ondernemerschap nodig en creativiteit om jezelf te onderscheiden. Daar kunnen de creatieve industrieën een rol spelen met hun concepten, expertise, de aparte manier van denken en werken. Ik denk onder meer aan het vertellen van verhalen, creëren van belevenissen, gebruik van social media, gebruikersgericht ontwerpen, dat alles kan zeer leerrijk zijn voor andere sectoren. Die kruisbestuiving, daar moeten we op inzetten.”

Dat de creatieve industrieën innovatie kunnen stimuleren, wordt door de een na de andere studie bevestigd. In 2010 al werd in het European Competitiveness Report de rol van de creatieve industrieën in de toekomstige Europese competitiviteit op de wereldmarkten erkend. Volgens de auteurs tonen de cijfers aan dat de creatieve industrieën de regionale groei versterken. Deze sectoren zijn niet alleen innovatief, ze zwengelen ook innovatie aan in de andere sectoren.

De kunstenaar en de betonboer

Een boeiend en veelbelovend voorbeeld van kruisbestuiving tussen de creatieve industrieën en de meer traditionele sectoren, is de samenwerking van de Nederlandse kunstenaar-designer Daan Roosegaarde en de wegenbouwer Heijmans. In 2012 werkten ze het Smart Highway-concept uit. Vorig jaar in oktober werd een onderdeel daarvan op de N329 in het Nederlands Oss gerealiseerd. Een stuk snelweg kreeg er Glowing Lines of wel heel bijzondere wegmarkeringen: de snelweg werd afgelijnd met verf die overdag via zonlicht energie opneemt en dan ‘s nachts licht geeft. Het is een veilige en duurzame oplossing, want je hebt geen elektrische verlichting meer nodig. Nuttig en esthetisch tegelijk. Als het pilootproject een goede evaluatie krijgt, worden deze Glowing Lines internationaal uitgerold.

Daan Roosegaarde sloot de eerste dag van het Creativity World Forum af. In deze donkere economische tijden, stuurde Roosegaarde het publiek naar huis met een positief en onverwacht verhaal over innovatie dat doet geloven dat een betere toekomst mogelijk is.

Een duwtje in de rug

Als we naar Vlaanderen kijken, waren hier en daar al enkele voorbeelden van kruisbestuiving te vinden. Zo werkte geurkunstenaar Peter De Cupere samen met speelkaarten fabrikant Cartamundi aan een set geurkaarten, gecombineerd met een app. Het high tech centrum imec werkte samen met nieuwe media kunstenaars om de gegevens van een mobiele brainscanner begrijpelijk te visualiseren voor de eindgebruiker.

Om meer van dit soort samenwerkingen te realiseren, werd op aangeven van de Vlaamse overheid vorig jaar CICI gelanceerd en dat staat voor Call voor Innovatie met de Creatieve Industrieën. In dat programma, dat Flanders DC samen met het innovatie-agentschap IWT begeleidt, wordt via subsidiemogelijkheden ingezet op innovatieve samenwerkingen tussen creatieven/kunstenaars en wetenschappers of ondernemers. Wat bleek? De markt zat hier echt op te wachten, want de co-financiering door bedrijven in deze projecten bedroeg zowat 1 miljoen euro.

Na een succesvolle eerste oproep in 2013 gingen in oktober opnieuw 18 innovatieve samenwerkingsprojecten in dit programma van start.

Een project dat Vlaanderen wil positioneren als innovatief ontwikkelingscentrum voor het jeugdwielrennen. Een game developer die het leereffect van de veiligheidsopleiding in een bedrijf wil verdubbelen door het om te vormen tot een spannende game. Of het artistiek onderzoek van een kunstenaar dat de virusresistentie van kweekkippen kan verhogen. Of theatertechnieken die het succes van vrouwen in leidinggevende posities kunnen versterken. Dat zijn maar enkele van de 18 projecten waar nu aan gewerkt wordt.

Dit soort projecten kan ook tot vernieuwing in de creatieve sector zelf leiden, de kruisbestuiving gaat in twee richtingen. Zo krijgt in het CICI-programma een improvisatiegezelschap dat in zee gaat met een business school, toegang tot de meest geavanceerde business know-how om het eigen zakelijk model te verfijnen. Een modeontwerper die samenwerkt met een universitaire onderzoeksgroep, leert bij over de technologie die hij nodig heeft om een intelligent kledingstuk te ontwerpen dat bewegend beeld kan tonen.

Slapen op de festivalweide

Behalve de EEG@home zijn er nog andere tot de verbeelding sprekende samenwerkingen. Een mooi en al gerealiseerd voorbeeld uit de eerste CICI-call is B-and-Bee, of het honingraat hotel. Het is een samenwerking tussen twee sociaal-ecologische organisaties Compaan en Labeur vzw, het ontwerpbureau Achilles Design en business consultant One Small Step. Het honingraat hotel is een verzameling transporteerbare, makkelijk monteerbare en modulair gestapelde slaapplaatsen in de vorm van een honingraat. Het heeft een grote slaapcapaciteit per vierkante meter grondoppervlakte, ideaal om op festivals en evenementen neer te zetten.

Het zijn slaapcellen die weinig ruimte innemen, en verder voorzien zijn van een locker, licht en stroom. Het is een doordacht product waarbij meteen rekening werd gehouden met transport, uitbating en onderhoud. De slaapmodules worden gemaakt in de sociale economie, het materiaal is duurzaam en het concept verkleint de ecologische voetafdruk van festivals. De première in Gent, leverde B-and-Bee heel wat persbelangstelling op, zowel van kranten, tv-journaals als van gespecialiseerde designmagazines. B-and-Bee staat op het punt tijdens het komende festivalseizoen internationaal door te breken.

onze aanbevelingen VOOR HET BELEID

STIMULEER samenwerking door het faciliteren van open innovatie, clusterwerking en innoveren met de klant

ZET AAN TOT kruisbestuiving met de creatieve industrieën om het volle innovatiepotentieel in Vlaanderen te benutten

Schrijf je in op de nieuwsbrief en we laten je weten wanneer de volgende delen van het Flanders DC jaarrapport online zijn.